HHorixa

Projectadministratie voor ingenieursbureaus

Een ingenieurs- of architectenbureau verliest zelden geld aan een project dat spectaculair misgaat. Het verliest geld aan projecten die twintig maanden lopen, waarin de uitvoeringsfase 30% meer uren kost dan begroot, en waar niemand dat merkt omdat het totaalbudget van het project pas aan het eind wordt opgemaakt. Dit artikel beschrijft hoe je de administratie van zo'n project inricht zodat uitloop zichtbaar wordt op het moment dat je er nog iets aan kunt doen.

Het probleem met één budget voor het hele project

Neem een project van € 180.000 met een looptijd van achttien maanden, opgedeeld in schetsontwerp, voorlopig ontwerp, definitief ontwerp, aanbesteding en uitvoeringsbegeleiding. Zet je dat weg als één project met één budget, dan is er precies één moment waarop je weet of het goed ging: het einde.

Halverwege staat de teller op 55% van het budget en dat lijkt prima. Dat de VO-fase 40% over budget ging en de DO-fase nog niet begonnen is, zie je niet. De uitloop is dan al veertien weken oud.

De oplossing is structureel en simpel: elke fase is een eigen administratieve eenheid met een eigen budget in uren én in geld. In Horixa is dat een dienst binnen het project. Medewerkers kiezen bij het schrijven van hun uren de fase waarop ze werken, en elke fase heeft zijn eigen budgetbalk die volloopt.

Dat kost bij de projectopzet tien minuten extra en levert de rest van de looptijd een signaal op dat achttien maanden eerder komt.

Fases inrichten: waar de grens ligt

Te weinig fases geeft je geen zicht, te veel fases maakt urenschrijven een zoekplaatje. Twee vuistregels die in de praktijk werken:

  • Volg de fasering uit je contract of je honorariumopbouw. Die grenzen zijn toch al afgesproken met de klant, en ze zijn de enige die je bij een discussie kunt onderbouwen.
  • Splits pas verder als je op dat niveau ook stuurt. Een aparte dienst voor "constructieberekeningen" heeft alleen zin als iemand daadwerkelijk kijkt of dat onderdeel binnen budget blijft.

Voor een gemiddeld project komt dat neer op vier tot acht diensten. Werkt het bureau met vaste disciplines (constructie, installaties, bouwfysica) die elk hun eigen uurtarief hebben, dan is dat een tweede as: een dienst per fase, en een uursoort per discipline met een eigen tarief.

Het termijnschema: factureren zonder erover na te denken

De klassieke fout bij langlopende projecten is dat de facturatie afhankelijk wordt van iemands geheugen. Termijn drie stond gepland voor 1 maart, is nooit gestuurd, en komt er in juni achter aan.

Leg per dienst een termijnschema vast: bedrag, geplande datum, omschrijving. Als een termijn vervalt, hoort hij automatisch als conceptfactuur klaar te staan, samen met de losse uren en de doorbelaste kosten van diezelfde klant. Jij controleert en verstuurt; je hoeft niet te onthouden dát er iets moest gebeuren. Hoe je zo'n schema opbouwt en wat het met je btw en je boekhouding doet, staat in het artikel over factureren in termijnen.

Twee dingen die daarbij misgaan en die je vooraf moet regelen:

Een termijn is geen omzet. Een vooruitbetaalde termijn van € 30.000 waar nog maar € 8.000 aan werk tegenover staat, is geen winst maar een schuld. Andersom is werk dat je gedaan hebt maar nog niet mag factureren onderhanden werk. Bij achttien maanden looptijd loopt dat op tot bedragen die je niet wilt schatten.

E-facturatie is voor deze sector geen bijzaak. Werk je voor gemeenten, provincies, waterschappen of Rijkswaterstaat, dan is een gestructureerde e-factuur vaak al een eis. Via het Peppol-netwerk komt de factuur rechtstreeks in de administratie van de opdrachtgever binnen, met de projectreferentie en het inkoopordernummer erin. Zie e-facturatie en UBL voor wat dat praktisch betekent.

Meerwerk: apart houden of het verdwijnt

Bij technische projecten is meerwerk geen uitzondering maar de regel: een gewijzigd programma van eisen, een extra variant, een vergunningstraject dat langer duurt. Het probleem is dat meerwerk administratief bijna altijd in het bestaande project wegzakt.

Boek meerwerk daarom als eigen dienst met eigen budget en eigen tarief, nooit als extra uren op een bestaande fase. Twee redenen. Ten eerste zie je dan bij de eindafrekening wat het werkelijk was: een project van € 180.000 met € 24.000 meerwerk, in plaats van een project dat "€ 204.000 werd". Ten tweede houd je de discussie met je opdrachtgever feitelijk, omdat de uren op het meerwerk aantoonbaar los staan van het basiscontract. De praktische aanpak staat in meerwerk factureren zonder discussie.

Nacalculatie: de fase die het meeste oplevert

Als een project klaar is, gebeurt er in de meeste bureaus niets meer met de cijfers. Dat is zonde, want hier zit de enige betrouwbare bron voor je volgende aanbieding.

Wat je na oplevering wilt weten, per fase:

  1. Begrote uren tegenover geschreven uren. Welke fase liep structureel uit?
  2. Het gerealiseerde uurtarief: gefactureerd bedrag gedeeld door geschreven uren. Bij een vaste aanneemsom is dat het getal dat telt, niet je lijsttarief.
  3. De kosten die je doorbelastte en de kosten die je zelf droeg. Onderzoekskosten, leges, ingehuurde specialisten.
  4. De verhouding tussen fases. Als de uitvoeringsbegeleiding bij vier projecten op rij 25% meer kostte dan begroot, is dat geen incident maar je calculatiemodel.

Doe dit binnen twee weken na oplevering, met de projectleider erbij. Na een maand is de herinnering aan waaróm iets uitliep verdwenen, en dan houd je alleen een getal over zonder verklaring.

Wie zijn uurtarief structureel wil onderbouwen in plaats van per project terugkijken, vindt het rekenmodel in uurtarief berekenen als adviesbureau.

Capaciteit over lange looptijden

Bij achttien maanden looptijd is de bezetting van je constructeurs volgend kwartaal een reëlere zorg dan de bezetting van volgende week. Capaciteitsplanning over een horizon van acht weken of meer, waarin verlof en agenda-afspraken al van de beschikbare uren af zijn, voorkomt dat je een project aanneemt waarvoor in maand drie niemand beschikbaar is.

De volledige inrichting voor deze sector staat op de pagina voor ingenieurs- en architectenbureaus.

Veelgestelde vragen

Hoe deel ik een langlopend project op in fases? Volg de fasering uit je contract of honorariumopbouw, en splits alleen verder als je op dat niveau ook echt stuurt. In de praktijk komt dat neer op vier tot acht administratieve eenheden per project, elk met een eigen budget in uren en in geld.

Wat is het verschil tussen een termijn en omzet? Een termijn is een factuurmoment, geen prestatie. Factureer je vooruit, dan heb je een verplichting openstaan; werk je vooruit zonder te factureren, dan heb je onderhanden werk. Bij lange looptijden lopen beide op tot bedragen die je expliciet wilt kennen in plaats van schatten.

Hoe voorkom ik dat meerwerk in de aanneemsom verdwijnt? Door meerwerk als aparte dienst met eigen budget en tarief op te voeren, in plaats van als extra uren op een bestaande fase. Dan blijft het bij de eindafrekening zichtbaar en kun je de gewerkte uren feitelijk onderbouwen.

Is e-facturatie verplicht voor opdrachten van de overheid? Nederlandse overheidsopdrachtgevers vragen in de regel om een gestructureerde e-factuur (UBL), doorgaans via het Peppol-netwerk. Voor het bedrijfsleven onderling wordt e-facturatie in Europa stapsgewijs de norm; wie het nu inricht, hoeft het later niet onder tijdsdruk te doen.

Wat moet ik minimaal vastleggen voor een goede nacalculatie? Begrote en geschreven uren per fase, het gerealiseerde uurtarief, de doorbelaste en zelf gedragen kosten, en een korte notitie over de reden van afwijking. Dat laatste is het onderdeel dat mensen overslaan en dat de cijfers pas bruikbaar maakt voor de volgende offerte.


Wil je zien hoe fases, termijnen en nacalculatie in één projectkaart samenkomen? Probeer Horixa 14 dagen gratis of plan een demo.